Antequera
Autotocht: Antequera en de meren


Afstand :263 km
Tijd :7 uur
Route :Torrox - Casabermeja- Parque Natural Torcal de Antequera - Valle de Abdalajis -
 Natuurreservaat El Chorro - Carratraca -  Torrox
Kaart :Sunflower wegwijzer Andalusië en de Costa del Sol

We staan vandaag weer op tijd op om kilometers te maken. Om 9.17 uur stappen we in de auto voor een tocht door 2 natuurparken: Torcal en El Chorro. We moeten eerst de drukke rondweg om Malaga hebben, maar gelukkig verlaten we die al snel. Via Casabermeja rijden we naar Villanueva: een dorp dat aan de voet van Torcal ligt. Torcal is een rotsformatie van kalksteenrotsen van meer dan 1000 meter hoog. De weg gaat langs glooiende velden en weelderige boomgaarden. Onderweg komen we een herder met een kudde schapen tegen.
Natuurlijk slaan we het Parque Natural Torcal de Antequera niet over. De weg er naartoe slingert tussen torenhoge rotssculpturen door. Het wordt steeds kaler en je ziet overal witte rotsen, met horizontale en verticale groeven. Wat een bizar gevormd landschap! Elk moment verwacht je roadrunner te zien. Of de coyote, die een rots op de weg wil laten gooien….. We rijden door naar het mirador Ventanillas, waar je een mooi uitzicht hebt op Villanueva.
Dan rijden we verder naar een parkeerplaats waar een korte wandeling door het natuurpark begint. Tijd om de benen te strekken en die gekke rotsen van dichtbij te bekijken. Je hoort van alles ritselen en dat kan wel kloppen, want er wonen hier nogal wat adders en schorpioenen…. Ook cirkelen er soms aasgieren, arends en valken boven de rotsen.
De rotsen zijn in duizenden jaren grillig gevormd door wind en water. De horizontale groeven zijn soms zo diep, dat het lijkt alsof de rotsen bestaan uit op elkaar gestapelde schijven en ieder moment om kunnen vallen. Samen vormen ze een stenen doolhof met smalle steegjes en paden waarop je makkelijk verdwaalt. En met een beetje fantasie zie je de meest vreemde figuren in de rotsformaties….
      
We verlaten dit bizarre ‘rotsmuseum’ en rijden verder naar Valle de Abdalajis. Hier rijden we langs tientallen olijfboomgaarden. De weg wordt steeds smaller en we hobbelen en kronkelen verder, met kliffen aan de ene kant en een prachtig uitzicht aan de andere kant. Op weg naar El Chorro: het merendistrict. We dalen nu steil af en het uitzicht is hier prachtig! De grillig gevormde bergen tegen een strakke blauwe lucht, weerspiegelt in het Embalse de Guadelteba-Guadelhorce(stuwmeer). We stoppen om de Camino del Rey (koningsweg) van een afstand te bekijken. Dit pad gaat door de Garganta del Chorro, een verbazingwekkend ravijn met wanden van wel 180 meter hoog. Ter gelegenheid van de opening van het pas aangelegde stuwmeer (1921) door Konig Alfonso X111, werd er speciaal voor hem het ‘koningspad’ aangelegd. De Spaanse arbeiders die dit pad op de bergwand hebben gebouwd moeten echte acrobaten zijn geweest!
We ontdekken een stationnetje. Wel grappig, zo’n eind van de bewoonde wereld. Je kunt dus gewoon in Malaga op de trein naar El Chorro stappen!
We rijden verder naar Restaurante El Mirador, waar een korte wandeling (5 km) begint. Na een blik op de menukaart te hebben geworpen (wat eten we straks?), lopen we eerst naar Mirador de los Embalses. Hier heb je een prachtig uitzicht op het merendistrict van El Chorro.
Vanaf hier gaat het alleen maar bergafwaarts naar de rivier Guadalhorce. Nadat we door een korte tunnel zijn gelopen vallen ons de grotten in de rotsen boven ons op. Bij een elektriciteitsstation maken we een omweggetje om de Camino del Rey van dichtbij te zien. Er staat een groot hek voor, om waaghalzen tegen te houden om dit gevaarlijke pad te betreden. Dit smalle pad is over een afstand van tientallen meters niet meer dan een richel op de verticale wand van de kloof. De reling is grotendeels verdwenen en hier en daar zitten er grote gaten in het pad, waardoor je de gapende afgrond kunt zien.
    
Hierna lopen we terug en komen uit bij het volgende stuwmeer, Embalse del Gaitanejo. Vanaf hier gaat het weer gestaag omhoog en komen we drie Spanjaarden met een hoop herrie tegen die ons de weg naar Camino del Rey vragen. Met handen en voeten proberen we ze de weg naar het Koningspad uit te leggen. En na veel "Gracias" (van hun kant) en "nee, we zijn niet Spaans, Italiaans of Portugees" (van onze kant) gaan ze luidkeels pratend verder. We klimmen verder en zijn blij dat er langs dit pad hoge eucalyptusbomen staan. Het zorgt voor de nodige verkoeling en het ruikt nog lekker ook. Het restaurant is weer in zicht, de rugzakken gaan af en we bestellen una racion jámon serrano. Na het toetje, een limoenijsje, rijden we via de snelste weg terug naar Torrox.