Wandeling: Het pad langs de noordkust


Diepe afgronden, ruige rotsen en groene weide. En dat allemaal in één wandeling. Deze wandeling staat ook in het Sunflowerboekje, alleen loop je deze tocht dan andersom.

AFSTAND  : 13 kilometer, 4 uur
NIVEAU    : gemiddeld

De bedoeling was om te gaan wandelen in de omgeving van Portela, in het ‘regenwoud’ van Madeira. Maar omdat het daar goot, werd besloten om een tocht in het noorden van Madeira te doen. Daar aangekomen regende het ook….
De stemming zit er goed in, ondanks de regen. Ach, als je loopt maakt het ook niet zoveel uit wat voor weer het is. En de temperatuur is wél goed.

We stoppen in het dorpje Porto da Cruz. Je hebt hier een mooi uitzicht op de Penha de Aguia, de adelaarsrots. De regenjassen kunnen weer uit, want hier is het droog. Achter een bouwvallig huisje begint de wandeling. Het begint meteen al goed met een beklimming van een soort trap. Bovengekomen worden de eerste flessen water leeggedronken. Het is erg benauwd geworden door de regen.
Eigenlijk is dit onverwachte heel erg leuk: normaal weet je wel een beetje wat je te wachten staat als je een bepaalde wandeling gaat doen. Je leest van tevoren in een wandelboekje hoeveel je moet klimmen en dalen, of er enge stukken komen enzovoort. Dit wordt dus een grote verrassing!
Als we een bocht omslaan zien we de zee diep onder ons liggen. De golven beuken met al hun kracht tegen de rotsen. Wat is de noordkust toch mooi en ruig!
Even tijd voor een korte fotostop. Hans loopt alweer ergens achteraan om rustig foto's te kunnen maken. Een oudere Engelse vrouw ziet dat ik alleen loop en besluit om van alles te gaan vertellen over ieder plantje wat we tegenkomen. Tuurlijk, dat heb ik weer. Ik vraag me af waar haar man is gebleven, want ze zaten toch echt met z'n tweeën in het busje. Als ik achterom kijk, zie ik dat hij net voor Hans loopt. Ach ja, hij kent zijn vrouw en heeft zelf zeker geen zin in tekst en uitleg over de flora....
De vrouw heeft trouwens wel humor, echt Engels!
Het is wel prettig dat er naast het pad veel struiken groeien. Het pad is hier erg smal – soms is het niet breder dan 50 cm- er zit geen beschermende reling langs en door die stuiken voelt het niet zo griezelig. Naast het pad houdt Madeira gewoon op en kijk je de diepte in... Dorinda spoort ons aan om door te lopen. Op de plek waar we staan kunnen veel stenen naar beneden vallen (en dat deden ze dan ook). Er liggen er ook veel op het pad. En het zijn geen kleintjes... Doorlopen dus!
Na een tijdje stopt Dorinda en gaan we lunchen op een mooi plekje. Wat is het hier heerlijk rustig! Het enige geluid wat je hoort is de zee.
Een half uur later gaan we verder. In de verte zien we Ponta de São Lourenço al liggen. We moeten weer een stuk afdalen. Dorinda zegt ons het kalm aan te doen, want er liggen veel losse stenen op ‘het pad’ en ernaast gaapt een diepe afgrond. Iedereen klautert voorzichtig naar beneden. Een jongen uit de groep loopt gevaarlijk met zijn camera in de hand te zwaaien. Dorinda wordt een beetje cynisch en vraagt of de jongen heelhuids met camera over wil komen. Zo ja, of hij zijn fototoestel dan om zijn nek wil hangen. Je hebt hier even je handen en voeten nodig om veilig naar beneden te komen.




Iedereen staat gelukkig veilig beneden. Het smalle pad loopt nu weer omhoog. Gelukkig heeft iemand hier een kabel langs de rotsen gespannen waar je je aan vast kunt houden. We lopen nog een klein stuk langs de zee, totdat het pad bij Boca do Risco (het ‘gevaarlijke gat’) weg buigt. We hebben dan ongeveer 8 kilometer langs de kust gelopen en lopen nu het binnenland in. Het pad en de omgeving zijn hier compleet anders. We lopen langs bosbessenstruiken, mimosa en pijnbomen. Geen woeste rotsen meer.
We komen op het pad langs de Levada do Caniçal. Na een bocht staan we voor een diep, groen dal. Je merkt dat je hier in de bewoonde wereld komt, af en toe staat er een bouwvallig hutje in het hoge gras. In de verte hoor je geschreeuw en gelach van kinderen. Jammer, de wandeling is bijna afgelopen.
We volgen de Levada do Caniçal tot de Caniçaltunnel. Het busje staat al op ons te wachten. Na een een korte rit staan we voor ons hotel en kunnen de wandelschoenen uit. Tijd voor een groot glas Brisa!