Kruipend op handen en voeten…


Toen we met de boot naar Newcastle zouden gaan, moest ik even terugdenken aan onze bootreis naar Harwich, een jaar of wat geleden. Het was in november....

We zouden naar Londen gaan, voor een bezoek aan een fotobeurs en natuurlijk knoop je er een dagje of wat extra aan vast. Ach, en een keertje met de boot leek ons wel leuk: je reist terwijl je lekker gaat eten of in de bar een borrel drinkt.
Op de heenweg hebben we de nachtboot genomen, op de terugweg de dagboot. Heen verliep alles leuk: ach, de boot schommelde wel een beetje, maar dat sliep prima.
Maar de terugweg was iets minder leuk…...
Het begon al op Liverpool Street Station. Vanaf dit station vertrok de trein die je naar de boot zou brengen. Om de een of andere reden reed de trein niet en moesten we met de bus. We merkten dat het begon te stormen.
Bij de boot aangekomen konden we meteen inschepen. We boekten maar een hut, dan konden we nog even slapen. Graag een buitenhut, want misschien kon je nog wat zien.
Eerst gingen we nog naar de bar, een beetje wankelend lopen. De boot schommelde nou al erg en hij lag nog in de haven. We hoorden dat er moeilijkheden waren om de boot de haven uit te krijgen, vanwege de harde wind en hoge golven. Hij moest door twee sleepboten van de kade getrokken worden. Hmmm... Dat belooft nog wat.
Intussen werd er omgeroepen dat het verboden was om het dek te betreden. Het was te gevaarlijk. Je kon merken dat de meeste passagiers een beetje zenuwachtig werden…..

Eenmaal op open zee aangekomen was het echt uit met de pret. De boot stampte zich een weg door de hoge golven, krakend en wel.
Overal lagen mensen zeeziek op de grond: in de hal bij de receptie, in de gangen. Er werd op een gegeven moment zelfs omgeroepen dat iedereen gratis een hut kon krijgen, zodat ze rustig op bed konden liggen. Wij besloten ook om naar onze hut te gaan en op bed te gaan liggen, want de magen begonnen behoorlijk te draaien.
De hut lag een meter of acht boven de zeespiegel, maar de golven beukten tegen het raam van onze hut. Hans zat nog leuk liedjes te zingen: 'schommelen, schommelen'.

Het idee dat we nog zeker 6 uur op deze boot moesten zitten in die vreselijke storm maakte me er niet blijer op. Zeker niet met de afschuwelijke ramp met de Herald of Free Enterprise in het achterhoofd. Hoeveel kan zo'n boot hebben? Het kraken ging door merg en been. We probeerden rustig op bed te gaan liggen. Dat viel niet mee, want je moest je gewoon vasthouden. Overal om ons heen hoorde je mensen overgeven, brrrrr.

Af en toe probeerde een van ons om naar de receptie te komen. Ik overdrijf niet: we moesten gewoon kruipen op handen en voeten. De puinhoop die overal lag is bijna niet te beschrijven: er lagen gokkasten op de grond, finaal doormidden! Ik zie nog een versierde kerstboom door de hal rollen als ik eraan terugdenk. En moet je voorstellen wat een puinhoop het was in de winkel met alle flessen drank: alles was kapot!

De dag duurde en duurde maar. We zouden eigenlijk tegen een uur of 7 's avonds aan moeten komen in Hoek van Holland. Er werd omgeroepen dat we dat niet zouden halen. De boot kon de haven niet in, want door de hoge golven werd dat ons onmogelijk gemaakt. De kapitein vertelde dat de boot heen en weer moest varen tussen Hoek en Scheveningen, wachtend op beter weer.
En daar zit je dan, overgeleverd aan de weergoden. Niet wetend hoe lang deze ellende nog gaat duren. Er werd omgeroepen dat iedereen een gratis maaltijd kon krijgen. Maaltijd? We waren al blij dat het ontbijt nog in de maag zat…

Iedere keer als de boot ging keren werd er omgeroepen dat we ons moesten vasthouden. De boot moest dan door de golfslag en ging geweldig tekeer. Nou snapte ik ook het nut van de handgreep bij het bed…..
Dit ging zo de hele avond door, verschrikkelijk!
Uiteindelijk, tegen een uur of 1, konden we dan eindelijk de haven van Hoek van Holland in. Het moment dat we lichtjes zagen, vaste wal! Eindelijk! Iedereen graaide zijn spullen bij elkaar en stond te wachten tot we eindelijk van de boot af konden, de een nog groener dan de ander.
Och, en dat arme personeel. Zij moesten ook nog terug naar Engeland! Tijdens het wachten werd het bandje gedraaid met de standaardtekst:” we hopen dat u een prettige reis hebt gehad en hopen u spoedig terug te zien aan boord…” Nou, voorlopig even niet hoor!

Toen we de aankomsthal inliepen stonden de vertrekkende passagiers een beetje angstig te wachten. Wat gingen ze nog tegemoet?

Tja en dan moet je nog met de trein naar huis. Na 1 uur rijdt er dus niks meer naar het oosten van het land. Rotterdam was het verste waar we konden komen. Wat nu? In Rotterdam hebben we de stationschef het verhaal uitgelegd. De trein naar Enschede stond er al klaar voor de volgende dag. We mochten alvast instappen en in een eersteklas coupé gaan zitten, hij deed zelfs de verwarming nog aan. De deuren gingen op slot, vanwege de zwervers.
Van slapen kwam natuurlijk niks, alles draaide nog.
Om iets over 5 zou de trein dan eindelijk vertrekken. Wat denk je? Had de machinist zich verslapen en de trein dus vertraging!!!! Ach, dat kon er ook nog wel bij….
Om half 6 gingen we dan toch naar huis. Toen er iemand aankwam met zijn karretje met koffie en broodjes kon ik de man wel zoenen!

En eindelijk, om half 9, waren we weer thuis. Maar ja, we moesten allebei werken, dus snel douchen en aan het werk. En je verhaal vertellen.........
Later bleek dat het nog wel op het nieuws is geweest: een boot van Stenaline kon de haven niet in door de storm, met windkracht 12!

’s Avonds hadden we nóg het gevoel dat we op de zee zaten, kompleet met wiebelbenen en draaierige maag…