16 en 17 mei 2003, deel 1

De dertig seconden van Roermond

Dit is het verhaal van de dertig seconden van Roermond, maar ook het verhaal van pennen en echt zand, van het keesheukske, van aspergeschaarste, van heksen in een café, van files en stokken, van schaaltjes appelmoes met halve kersen, van broodjes shoarma om twee uur ’s nachts. Maar laat ik bij het begin beginnen.

Het was ergens in het jaar 400 na Christus, in een klein dorpje in het westen van Engeland. Een jongetje werd geboren met de naam Merlijn…..
Nou, zo ver terug naar het begin hoeft ook weer niet, begin bij vrijdagmiddag. Je stapte in je auto en toen?
Oh, het was half drie, de zon scheen en ik dacht even snel voor de files uit naar Roermond te rijden. Helaas leek het wel of heel Nederland op het idee gekomen te zijn om naar Kayak in Roermond af te reizen. Voor Utrecht liep de snelweg vol en dat hield niet op tot voorbij Eindhoven. Toen ik net bij ’s-Hertogenbosch was, kreeg ik het vrolijk bedoelde SMSje van Hali: “wij zijn er al”. Grr, liet ik mij ontvallen in de file, maar niemand die daar echt last van had. Eenmaal in het Limburgse land aangekomen, werd het al snel duidelijk dat het juist aspergeoogsttijd was. Goede suggestie voor het diner, dat we noodzakelijkerwijs toch moesten hebben. Ik realiseerde me trouwens wel dat dat dan in het hotel-theaterarrangement moest zitten, want dat was het wat ik geboekt had: twee overnachtingen, een theaterbezoek (o ja, welke dan?), een diner op vrijdagavond, en champagne in de pauze van de voorstelling.

Het was uiteindelijk even over vijf toen ik de parkeergarage van De Oranjerie in Roermond indraaide. Snel even gewisseld van enige kledingstukken waarin ik overigens een eerder Kayakconcert had bijgewoond, maar waarvan ik me kon herinneren dat ze niet echt comfortabel zaten bij de Keltische dans van Full circle (hier istie voor het eerst, hou dit nummer nog even vast). Trouwens, wat een kamer daar op de zevende verdieping van het hotel; ruim, nieuw, mooi uitzicht, TV en minibar. En hotel zelf leek toch niet echt door Van der Valk architecten te zijn ontworpen of ze dachten op dat moment “laten we eens wild en tegendraads doen”. Ik liep snel naar beneden voor een verkwikkende zit op het terras voor het hotel. Er moet een compliment uit naar de ontwerper van de Kayak T-shirts voor deze tournee, zo realiseerde ik me. Het kobaltblauw valt zodanig snel op dat zelfs een kleurenblinde de Kayakfans van een mijl ver kan waarnemen. Ik had die mijl zicht niet nodig, ze zaten gewoon aan het bier op het terras, op zich ook een heel logische plek. Het was de Hilversumse clan. Op hetzelfde terras maar iets meer in de zon zaten ook Dian, Iona en Nico zaten, op gepaste afstand weliswaar, maar ze zaten er wel. En die drie hadden we nou nog net nodig, voor het signeren van de stok. Ik ga het niet uitleggen die stok, dat doe ik niet. Hans en Liesbeth kwamen toevalligerwijs net aanlopen met de stok, maar zonder stiften. Die waren met behulp van het toen nog vriendelijke cafépersoneel snel geregeld. Ik heb het verhaal aan de drie maar wel verteld, niet wetende dat ik datzelfde verhaal ook nog een keer in het Engels kon vertellen. Huh? Ja, Iona spreekt geen Nederlands. Toch vonden ze het een amusant verhaal en krabbelden graag hun naam op het houtwerk. Om erger te voorkomen, er zijn tenslotte mijnschachten in de buurt van Roermond waarin stokken diep kunnen vallen, heb ik de stok snel op een veilige plek opgeborgen.

Het was tijd om te gaan eten in de brasserie van het hotel waar helemaal geen koperwerk te zien was, maar dit terzijde. Een tafel voor acht personen was nog beschikbaar in dit verder lege restaurant. “Asperges”, was hetgeen op ieders tong lag, in overdrachtelijke zin dan, want toen we vroegen om aspergesoep vooraf, asperges als zijschaal of als hoofdbestanddeel van de maaltijd, bleken we toevallig bij het restaurant te zijn gaan zitten waar asperges niet overvloedig voorradig waren. En al die aspergevelden onderweg dan? Ik had toen nog geen bier op, ik was nog niet delirisch, of anderszins ontoerekeningsvatbaar (nee dat zou nog wel komen, dit weekend). Ik had echt aspergevelden gezien, waar ze asperges aanboden voor 5 euro per 3 kilo. Maar je kan er lang of kort over zijn, ze hadden niet genoeg asperges, midden in het oogstseizoen, midden in het gebied van de asperges. Ik geloof niet dat ik dat had kunnen bedenken. Nou had ik die toch niet gekregen, want ik was “die persoon met het arrangement” zoals men zei bij het opnemen van de keuzes. Ik had derhalve niet te kiezen. Ook goed. Overigens schijnen asperges prima samen te gaan met een satéschotel. Het rare was dat ze geen schaaltjes appelmoes met halve kers serveerden. Toch geen echte Van der Valk? Veelvuldig kwam het gesprek aan tafel terug op het gegeven dat ik vanwege verplichtingen elders niet aanwezig zou zijn bij het Kayakconcert in Carré, dat als afsluiter zou dienen van deze tournee. Kayak in Carré, daar kan geen andere verplichting tegenop, zo was de conclusie van het tafelgesprek, maar ja, ik had daar andere ideeën over, toch?

Het concert van Kayak voor de pauze was spetterend, niet geheel foutloos, maar als altijd indrukwekkend. Raar dat je na 10 keer zien en luisteren nog steeds kippenvel krijgt van “I’ll make his kingdom crumble”. Of de rillingen over je rug lopen als Joost zijn gitaarbreak loslaat op Cindy en Bert. Het was snel voorbij deze 80 minuten van drama, rock, geluid, dans, beeld, rook en licht. In de pauze vergat ik mijn champagne op te halen, maar ik moest dan ook mijn Limburgs even ophalen met de lokale bezoekers. Waren zij verbaasd dat je helemaal uit Rijswijk, Hilversum of Enschede naar Roermond komt om Kayak te zien, wij weten wel beter (ok, ik spreek even voor mezelf nu, zucht). Ik was trouwens verbaasd dat ze vragen of je wilt pennen, terwijl je alleen maar wilt betalen voor een miniatuur-autootje. Of dat ze vragen of je er echt zand bij wil, als je asperges koopt. Zand bij asperges?
Na de pauze zat ik op de grond voor Li van Hali. Ik constateerde dat het podium van het theater ook niet aansloot op de vloer van de zaal. Het was dus maar goed dat ik de stok veilig had opgeborgen in de klerenkast van mijn kamer. Pas bij Chance for a lifetime konden we gaan staan; het duurde dus even, maar dan heb je ook wat. Even het luie zweet kwijt, voordat ik Bert kon bijlichten met mijn aansteker bij Starlight Dancer. En verduveld, begaf mijn aansteker het, terwijl ik morgen mijn laatste concert had. Ik zag net Joost gehypnotiseerd kijken naar het dansende vlammetje (nou ja “tje”, het was eerder een steekvlam), brandde ik mijn duim aan een falende aansteker. Dat betekende dat ik morgen een nieuwe moest kopen.
Dertig seconden kunnen trouwens zo voorbij zijn, maar laten een eeuwigdurende indruk bij je achter, tenminste als je in het midden voor het podium staat en in de ogen van Cindy kijkt, terwijl ze zich voorbereidt op het zingen van het o zo mooie Full circle. Gelukkig ging ze op mijn aanwijzingen precies op het referentiekruisje van de dansers van voor de pauze staan. De tekst van vanavond? Cindy die “OK” antwoord op de aanbeveling van Bert “Don’t dream my dream”, in de toegift. Na het concert, me stilletjes realiserend dat ik er nog maar een te gaan had, toch, viel de CD verkoop tegen. Hmm, dat zouden we morgen wel even regelen. Hali en ik besloten Irene te gaan helpen bij de merchandising.

Het bier smaakte goed, de Tia Maria met ijs en de Ballantines zonder ook. En nog steeds ging ik niet naar Carré, tenminste, dat dacht ik. Ook niet als Li van Hali me iedere dag zou bellen. Maar als Cindy het nou eens zou vragen….?

Het was niet koud, daar in Roermond, om 11 uur ’s avonds, dat was het nog steeds niet om half twee, toen we het café uitgezet werden. Uitgezet? We waren al de hele avond buiten op het terras, maar een dwingende blik van de plaatselijke feeks deed ons besluiten om maar naar de kamers te gaan. Wij, zonder Rienk dan, die al om 12 uur richting Hilversum was vertrokken en morgen weer terug zou komen naar Heerlen. Kon ik me eindelijk onttrekken aan de morele druk van het laatste concert van Kayak in Carré waar ik niet aanwezig zou zijn, toch? Maar ja, om dan te lezen dat ADO nog steeds geen kampioen was, de sukkels, daar word je dan niet veel beter op. En het keesheukske dan? En het broodje shoarma om twee uur?
Het keesheukske was de plaatselijk kaasboer op de hoek. En het broodje shoarma was voor de roadies, gewoon zoals gewoonlijk, iedere keer na afloop van het concert.

Arjen