Roermondb2003
6 en 17 mei 2003, deel 2

Het gesprek van Heerlen

En dit is het verhaal van bellenblazen, van aanstekers, van vleugels in de hal, van ADO-supporters die per trein komen, van een gesprek in de Foyer van de schouwburg, die de wereld er anders deed uitzien, van mijn zelf uitgeroepen verjaardag, van….

Ja hallo, begin maar!
Vandaag had ik uitgeroepen tot mijn verjaardag. Na dat geweldige feest van Frank vorige week in Zaandam, wilde ik dat ook een keer meemaken, dat Kayak op je verjaardagsfeestje komt optreden. Aan Hali om daar op hun fantastische manier invulling aan te geven. En zo geschiedde. Mijn dank was groot. Nee, het was geen T-shirt en het was geen stok.
Het was al half tien toen ik naar beneden liep voor het ontbijt. De roadies zaten er al. Hebben die dan altijd trek, zijn die nooit verzadigd? Het was volgens mij nog niet zo lang geleden dat ze een broodje shoarma hadden gegeten. Het ontbijt was rijk, aangenaam en voorzien van veel koffie, vooral koffie.
Ik ging niet naar Carré, dus ik moest vandaag afscheid nemen van de tournee, toch? Dit idee vulde mij met onrust. Nooit meer Merlin, nooit meer I’ll make his kingdom crumble, nooit meer het stokgevecht? Ik kon het niet, ik wilde er niet aan denken, het werd me te veel. En zelfs als ze door zouden gaan, dan was het zonder Cindy. Merlin zonder Cindy? Dat is Amsterdam zonder Carré of Parijs zonder Eiffeltoren.

De Hilversumse clan, of dat wat er nog van over was, vertrok reeds vroeg naar Heerlen. Hali en ik belden Frank. Oftie misschien niet wat eerder naar Roermond zou kunnen komen. Zouden wij hem van het station oppikken. Hij was de avond ervoor naar ADO geweest, dus een oppepper van ons kon hij wel gebruiken. De hooligan zou om drie uur arriveren, wij hadden nog tijd genoeg om de veldwachters van Roermond te waarschuwen.
In de hal van het hotel stond een vleugel die een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefende. Navraag leerde mij dat ik er best even op mocht spelen, mits ik echt piano kon spelen. Ik liet mijn eigen woordloze ballades erop los. Het leek net echt daar in die grote hal. De foto’s van Hans laten zien dat ik in ieder geval net zo geconcentreerd op de toetsen kan letten als Ton. Opvallend was wel dat een uur later een stemmer achter de vleugel zat.
We liepen door de stad, op zoek naar bellenblaasspul, asperges en een aansteker. Het bellenblaasspul en de asperges waren snel gevonden. Blijkbaar weten ze in de keuken van het hotel niet waar het marktplein ligt, aan asperges geen gebrek. Een aansteker was moeilijker, maar het lukte: een nieuw model vlammenwerper. Daar kon ik Bert wel weer mee bijlichten in Starlight Dancer. Uiteraard is het zo dat je eerst de hele stad rondloopt alvorens twee zaken die aanstekers verkopen op minder dan tien meter van elkaar te vinden. Dat is logisch.

We dronken wat koffie of thee op een pleintje voor een kerk of anderszins alcoholvrije dranken. Na verloop van tijd kwam de plaatselijke fanfare op het podium zitten. Ze speelden hun deuntjes die ietwat voorzichtig en terughoudend klonken, en ook niet altijd even zuiver (grmpf, dat mijn oren er nog aanzitten). Desalniettemin gunden we ze een bescheiden applausje. We hadden het erover dat ik niet naar Carré zou gaan, toch? En hoe jammer ik het vond. En hoe we de concerten zouden gaan missen en de voor- en napret eromheen.

Frank was keurig op tijd. Zodanig op tijd dat hij en ik de gelegenheid grepen om nog even te genieten van een flauwe middagzon op het terras voor het hotel. Er was ander personeel dan de avond tevoren, dus we konden rustig blijven zitten. Mijmeren over mijn laatste concert in deze tournee, toch? Napraten over zijn verjaardagsfeest van vorige week, de stok die nu ook gesigneerd was door de dansers, vertellen over het concert van gisteravond, over de dertig seconden van Roermond, over de verschillen tussen pennen en pinnen, en tussen acht cent en echt zand. Na enige tijd verschenen Hali ook ten tonele en met een laatste borrel op zak, vertrokken we in mijn auto op weg naar Heerlen, luisterend naar een selectie van mijn favoriete Kayaksongs. Die Joost moet sinds zijn toetreding tot Kayak, of zijn vertrek bij Ilses band, dat is nog niet helemaal uitgekristalliseerd, ongekend populair geworden zijn in Limburg. Het neemt zelfs vererende proporties aan, getuige het feit dat we onderweg het plaatsje Sint Joost tegenkwamen. Een beetje overdreven, vonden we, hoe goed Joost ook is en hoe goed Joost ook bij Kayak past. Met een rit die iets langer was dan de kortste weg van het Roermondse theater naar Heerlen, bereikten we even voor zessen het Parktheater, niet veel later gevolgd door Cindy. En Cindy, de schat, had de CD-single van haar solocarrière niet vergeten voor Frank, zelfs in meervoud, zodat ik er nu ook een heb. Waarschijnlijk zijn hij en ik nu de enige in Nederland met zo’n single, zelfs met handtekening. “Jullie vinden het vast niet goed, het is heel anders dan Kayak”, zo vertrouwde ze ons bijna verlegen toe. “Dat zullen we nog wel eens zien”, was onze reactie.

Wij gingen op zoek naar een eetgelegenheid in Heerlen. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zodra ik ergens binnenstapte om te vragen of we er konden eten, zeiden ze dat ze gesloten waren. Het restaurant echter zag er behoorlijk gevuld uit. Er leek een patroon in te zitten, we zijn er nog niet achter welk, maar het zal ongetwijfeld met ADO te maken hebben, of de reeds beruchte glazenkleptomanische neigingen, waar je overigens pillen tegen schijnt te hebben. In Heerlen staat de gezondheidszorg toch al op een hoog peil, injectiespuiten liggen er gewoon voor het oprapen. Dat is altijd handig. Ondenkbaar zou dat zijn in een stad als pak hem beet, Rijswijk, Den Haag of Enschede. We lieten ons er evenwel niet door uit het veld slaan en gingen gewoon verder op zoek naar een restaurant. Schreef ik in deel 1 niet over mijn dankbaarheid voor de blauwe Kayak T-shirts? Het hielp weer om de nu voltallige Hilversumse clan te traceren, daar in Heerlen. Bleek dat ze op het terras van een café in de Geleenstraat zaten, een dubieuze straatnaam voor ons ADO-supporters. Een geluk bij een ongeluk gaf deze straat niet dezelfde aanblik die je als Haaglander verwacht, of het moest alleen de Ferrari zijn die op het plein geparkeerd stond. Voor een hapje eten moesten we een deurtje verder zijn, aangezien het café dat we hadden uitgezocht, na zessen de keuken gesloten hield. Ook hier kwam het tafelgesprek al snel op het onderwerp dat al enige malen de revue was gepasseerd, namelijk dat ik niet naar Carré zou gaan, toch? De saté in de mond gaf een welkome stilte in de inmiddels enorm zware morele druk die op mij gelegd werd, maar ik hield vol, toch?
We liepen na dit exquise diner snel terug naar het theater. Het was al bijna zover, het laatste concert voor mij zou aanbreken, hoewel de meningen daarover verschilden. Sommigen meenden te kunnen voorspellen dat ik wel in Carré zou verschijnen. Ze wisten meer dan ik.

We constateerden al snel dat er weinig ruimte was voor onze danspassen en voor de luchtgitaar, zeker als je kaartjes hebt voor rij vijf. Het concert voor de pauze was dit keer niet als vanouds. Kleine technische foutjes, een box die uitviel, een zangmicrofoon die te zacht stond, een gitaar die laaggevolumineerd stond, zelfs een nieuw klavecimbelbegin voor Niniane, maakten het tot een bijzonder optreden. De zang, het acteren, het enthousiasme en de solide bass en drums daarentegen stegen uit boven het gemiddelde dat toch al hoog ligt. Na de pauze konden we als vanouds uit ons dak gaan, wat we natuurlijk ook deden. Zelfs vóór Chance for a lifetime al. De gisteren geklokte uithaal in Mammoth van 45 seconden van Rob werd door de harde kern begeleid met een zeepbellenconcert. Uiteraard met overduidelijke instemming van de overige bandleden. Mijn vuurtje tijdens Starlight dancer maakte minder indruk dan anders, maar dat zal niet aan de grootte van de vlam gelegen hebben, eerder aan mijn locatie, links vooraan in de zaal. Die plek belette Frank en mij echter niet om, volledig cool, Keltische dansen uit te voeren tijdens het instrumentale gedeelte van Full circle(remember this one?).
En zo kwam er dan voor mij een eind aan de tournee van Kayak dit jaar, toch? Het voelde nog niet zo. Waaraan dat lag, ik weet het niet. Ik had immers andere prioriteiten volgende week vrijdag, dat was duidelijk.

Zoals beloofd hielpen Hali en ik mee met de merchandising na de pauze. Het liep als een trein, mochten we voldaan constateren. De ene na de andere oplage CD’s verwisselden van eigenaar. De juiste reclameslogans en marketingtrucs wisten het voor de rest best bedeesde publiek te overtuigen om toch vooral de CD “Merlin, Bard of the Unseen” te kopen, die even later voorzien kon worden van signaturen van de muzikanten.
Terwijl ik op een muurtje naast de signeertafels bijkwam van het verhandelen, kwam Pim Koopman steun zoeken voor het feit dat het einde van de tournee naderde. “Ja, Pim, weet je nou wat het ergste is, het wás mijn laatste concert”, was mijn reactie naar hem. Uit mijn ooghoeken zag ik Cindy naderen, tot ze plots voor me stond. “Wat hoor ik nou, ga jij volgende week niet naar Carré? Leg mij dat eens uit!”, waren haar dwingende vragen aan mij. Pim maakte zich wijselijk uit de voeten, om mij alleen met Cindy te laten. Daar zat ik dan, de harde kern gniffelend op een afstandje.

Wat er verder is besproken tussen Cindy en mij, dat houd ik voor mezelf. Een ieder die weet hoe ze kan kijken als Joost haar met zijn gitaar bij Bert wegstuurt in Friendship and love, of als ze The King’s enchanter is (verdraaid, enchanter ), begrijpt dat woorden alleen niet de doorslag gaven….. Ik beloofde haar om mijn andere afspraak af te zeggen en naar Carré te komen. Ik geloof dat ik nog net geen gejoel hoorde vanuit de harde kern. Wat zij namelijk al weken wisten, drong eindelijk tot me door: ik ging naar Carré en alleen Cindy had me dat duidelijk kunnen maken.
Beduusd, delirisch, niet geheel toerekeningsvatbaar (ik zag plots overal geoogste aspergevelden) reed ik terug naar Roermond met een uitgelaten Hali en Frank in de auto, onderwijl het ene Kayaknummer na het andere zingen, met als hoogtepunt de canon van See, see the sun. In Roermond wisten we al snel weer de café-uitbaters tot wanhoop te drijven. Iets anders kan ik er niet van maken, als je tot twee keer toe op een avond een café wordt uitgezet, de eerste keer om een uur (ok, het was dezelfde feeks als de dag ervoor), de tweede keer om drie uur. Hallo, we zijn in Roermond, niet in Hoogezand. Het was het patroon waar ik het al eerder over had.
De volgende ochtend had ik nog steeds het gevoel nog niet op aarde teruggekeerd te zijn. Maar dat bleek niet het gevolg van een paar betoverende ogen te zijn, ook de anderen hadden er last van. Het was een prachtig weekend geweest, waarvan we het einde zolang mogelijk probeerden uit te stellen. Maar, vrijdag is er weer een concert, onverwacht:


Arjen