Wandeling: Ponta de São Lourenço


Dit is het meest oostelijke deel van Madeira, het lijkt een beetje op een maanlandschap. We hebben deze wandeling met Terras de Aventura gedaan, maar hij is prima op eigen gelegenheid te doen.

AFSTAND :  7 kilometer, 3 uur
NIVEAU   :   gemiddeld

We worden mooi op tijd bij ons hotel opgehaald, zoals altijd. Makkelijk toch, zo'n georganiseerde tocht. We maken kennis met de gids, Teresa. Wat blijkt, zij is een goede vriendin van een gids (Dorinda) waar we al 3 jaar mee hebben gelopen. Het ijs is meteen gebroken. Dachten wij dat Dorinda kon kwebbelen, Teresa is minstens zo erg.
We rijden naar de oostkant en zien dat het een beetje bewolkt wordt. Gelukkig maar, want er is op die oostpunt totaal geen schaduw.
Bij de Baia de Abra aangekomen hebben we een mooi uitzicht op de Ilhas Desertas. Het waait erg hard en Teresa vraagt ons om een beetje uit de buurt van de afgrond te blijven. Het landschap is hier zo vreemd. Overal zie je rotsen, in alle mogelijke kleuren. Als de zon er op schijnt is het bijna oogverblindend.
De Atlantische oceaan beukt tegen de rotsen. Wat is het hier mooi!
We lopen door tot aan het eerste uitzichtpunt aan de noordkant. Bij helder weer kan je hier de kustlijn tot aan São Jorge zien.
Je staat hier voor de zgn. 'zeepaardrotsen'. Een rotspartij in zee met allerlei kleurtjes, afstekend tegen de blauwe zee. Prachtig. De camera's maken overuren... Af en toe wagen we het er toch maar op om over de rotsen de zee in te kijken, wel liggend op de grond. Maar wat is dat een machtig gezicht! Als we verder de landtong op lopen zegt Teresa dat we even achterom moeten kijken. Vanaf dit punt kan je zowel de zuid- als de noordkant van het eiland zien. Na veel gestaar zien we zelfs het vliegveld in Santa Catarina liggen. Leuk, er vertrekt een vliegtuig. Ha, die mensen hebben de vakantie er alweer opzitten!
We komen steeds dichter bij het eind. Je kunt het pad dat we moeten volgen duidelijk zien liggen. Volgens het Sunflowerboekje komt er nou een lastig stukje. We moeten afdalen met zowel aan de linker- als de rechterkant een diepe afgrond waar je recht de zee in kijkt. Gelukkig heeft iemand kabels als leuning geplaatst wat het een stuk makkelijker maakt.
Tijd voor de lunch. We besluiten om nog iets te dalen zodat we aan zee kunnen zitten, vlakbij een aanlegsteiger. Dit gebied is een nationaal park waar altijd een parkwachter aanwezig is. Hij gebruikt een bootje om hier te komen, is natuurlijk iets makkelijker.
De zon begint door te breken en het wordt ontzettend warm. De petjes en zonnebrandcreme worden tevoorschijn gehaald. Na een half uurtje gaan we weer verder. We lopen eerst nog naar Casa do Sardinha, het huisje waar de parkwachter woont. Teresa besluit om niet naar het hoogste punt te lopen, waar je een mooi uitzicht moet hebben. Het waait nog steeds te hard en ze vindt het te gevaarlijk.
Dan begint de klimpartij terug. Dat is bijna dezelfde route als op de heenweg. Veel te snel zijn we weer bij het busje. De chauffeur vraagt of er nog mensen zijn die in zee willen zwemmen. We gaan nog even naar Prainha, het enige stukje strand op Madeira. Je moet alleen nog heel veel trappen af om er te komen. Gelukkig zit er een strandtent bij met een terras. Een paar mensen van de groep duiken de zee in, wij houden het bij een groot glas Brisa, de nationale frisdrank van Madeira. Zittend in het zonnetje met (een beetje) vermoeide benen en een hoofd vol indrukken van het ruige landschap genieten we nog even na.