Wandeling: De Veleta


Jaren geleden hebben we al gedacht bij het zien van de Veleta: die gaan we nog een keer beklimmen. De Veleta is de op één na hoogste berg van het Spaanse vasteland (3398 m). En deze is makkelijk te bereiken, want er loopt gewoon een weg naar de top. La carretera más alta d'Europa, de hoogste verkeersweg van Europa, komt vanuit Granada. Hij wordt door wielrenners gebruikt en door autofabrikanten als testweg (met speciale toestemming, want voor overig gemotoriseerd verkeer is de weg afgesloten).

AFSTAND :  ± 5 km, 1 uur en 45 minuten
NIVEAU   :  gemiddeld

Het is een hele rit vanuit Salobreña, dus we gaan op tijd weg. En nu maar hopen dat het net zo helder is als aan de kust, maar ja, da’s een gok. In Salobreña is het ook al erg warm: 26 graden en het is nog maar ochtend…. Hoe dichter we bij de Sierra Nevada komen, hoe donkerder de lucht wordt. Dat belooft niet veel goeds. De buitenthermometer geeft 14,5 aan. Dat wordt kou lijden straks, want hoe koud zal het boven wel niet zijn? Een extra shirt met lange mouwen en een dik fleecevest gaan aan.
We hadden eerder deze week al informatie gekregen in een bezoekerscentrum in de Alpujarras, over de verschillende mogelijkheden om de Veleta te ‘bedwingen’. Het eerdere besluit om de hele wandeling vanaf de Alberge Universitario te doen, verandert door de aanblik van de gitzwarte wolken die boven de Veleta hangen. De Veleta zelf is niet eens te zien! We besluiten dat we de "makkelijke" toer doen: slechts 290 meter hoogteverschil overbruggen in plaats van 800 meter. De gids vraagt hoe laat we met de bus terug willen. Beetje gokken, want hoe lang loop je over een relatief korte afstand boven de 3000 meter? En als je te laat bent – de bus wacht echt geen uren op je – dan moet je de hele route naar beneden naar de herberg terug lopen. Een tocht van 3 uur in de kou. We kiezen voor de bus van 13.15 uur, dat moet te doen zijn.

Om 11 uur vertrekt het busje dat ons naar het beginpunt Posiciones de Veleta brengt, dat op 3100 meter ligt. De gids vertelt ondertussen honderduit, in het Spaans, en hier en daar vangen we wat bekend klinkende dingen op.
Het is ook altijd leuk om de mensen in te schatten: zijn zij eerder boven dan wij? Iets wat Hans niet makkelijk laat gebeuren….
Om 11.30 uur worden we losgelaten. De gids vertelt ons dat we de paaltjes naar de top moeten volgen en drukt ons op het hart niet te dicht bij de afgrond te komen. Er is namelijk een sterke en ijskoude wind opgestoken! Ook raadt hij ons af om de weg te verlaten, ook al ziet een ‘binnendoorweggetje’ er zo verleidelijk uit. Wees voorzichtig en houd de tijd in gaten. We hebben dus 1 uur en 3 kwartier om de top te halen, hopelijk te genieten van het uitzicht en dan weer naar beneden te lopen.
Het is wel erg jammer dat het zo bewolkt is, want anders had je hier natuurlijk een schitterend uitzicht gehad. Maar ja, we zijn er nu eenmaal, dus we mopperen maar even over wéér zo’n goedkope tour.
We komen bij een punt waar je, als het helder is, alle hoge toppen in dit gebied kunt zien: de Cuervo, Horcajo, Vacares, Alcazaba, Mulhacén en Los Machos. Af en toe valt er een gat in de bewolking en kan je toch wat zien. En ach, die bewolking maakt het hier ook wel spooky…..
De koude wind giert langs ons heen en ik begin zin te krijgen in gloeiend hete chocolademelk. Er komen ons mensen tegemoet, dik ingepakt met mutsen op en handschoenen aan. Ik geef ze geen ongelijk. Gelukkig blijven we warm door het klimmen. Wat is dat zwaar zeg, zo op 3000 meter hoogte. De adem is op en bij elke stap die je zet, gaat je hart als een bezetene tekeer. Een hele aparte gewaarwording. Maar het is wel de moeite waard…
Eerlijk is eerlijk, ook met onze conditie (geen dus) is deze wandeling best te doen. En als het iets helderder wordt, vergoedt dat alles…. Diep onder ons zien we het onderzoekscentrum liggen.
Ondanks de kou zweten we ons kapot. Je moet het tempo er natuurlijk wel een beetje inhouden, voor zover dat lukt. Hans loopt een eindje voor mij; ik kan hem toch niet bijhouden, dus we zien elkaar wel vlak onder de top. Het begint keihard te hagelen en dan heb je gewoon een probleem. Schuilen kun je nergens, dus we lopen stug door. Als het begint te onweren wordt het helemaal een stuk minder leuk. Gelukkig drijft de bui snel over. Hans roept naar mij dat hij de top al kan zien. Kijk, dat geeft meteen weer energie.
Mijn benen voelen aan als lood, ik ben licht in het hoofd en heb geen lucht meer, maar het laatste stuk laat ik me niet kennen. Hans is al lang boven – hij moest perse als eerste boven zijn wat hem natuurlijk gelukt is – en moedigt mij aan. Af en toe stop ik om even naar lucht te happen en achterom te kijken. De rest van de groep loopt een eind achter ons en zijn kleine stipjes. Het laatste stuk naar de top moet er nog even geklauterd worden. Oh, wat voel ik me stoer als ik eindelijk boven ben en op de top sta: “we’re on the top of the world!”
De tijd begint te dringen en we besluiten om niet langer te wachten op de zon, die toch niet komt. Op de weg naar beneden komen we mensen uit onze bus tegen, die nog omhoog moeten en ook met dezelfde bus van 13.15 uur terug willen. Ik ben benieuwd of ze dat wel halen….
Het wordt wat helderder en we kunnen het skidorp Prado Llano in de verte zien liggen.
De weg naar beneden gaat een stuk makkelijker. Af en toe kijken we omhoog, om te zien waar we vandaan komen. Het voelt echt wel een beetje stoer!
We zien de bus in de verte al staan. Gelukkig, we hoeven niet helemaal naar beneden te lopen! De chauffeur gebaart dat hij ons gezien heeft. We stappen in en wachten op de rest. Er komt nog een man hard aangelopen en heel in de verte zien we nog een stel. De chauffeur wacht nog op hun en dan rijden we naar beneden. De rest heeft het dus niet gehaald en kan lopend terug.
We eten nog een broodje en eindelijk krijg ik mijn welverdiende warme chocolademelk. Onze blikken gaan omhoog. De Veleta tekent zich tegen de donkere lucht af. Daar hebben we toch maar mooi bovenop gestaan!