Autotocht: Westkust


Afstand :125 km
Tijd :5 uur
Route :Funchal - Camara de Lobos - Cabo Girão - Encumeada - Paul da Serra - Porto Moniz - Seixal - São Vicente - Funchal
Kaart :Sunflower wegwijzer voor Madeira

Let op: tegenwoordig moet je deze tocht andersom rijden. Je begint dus in São Vicente en rijdt dan naar Porto Moniz en moet er vooral op letten dat je de mooie toeristische route langs de smalle kustweg kiest, de Antiga ER101.

Als je nog tijd over hebt, zou je deze autoroute kunnen combineren met de Zuidwestkust. Vanaf Porto Moniz rijd je dan door naar Achadas da Cruz via Ponta do Pargo naar Funchal.


We gaan vandaag vroeg op pad, want we willen de westroute gaan rijden: één van de mooiste autoroutes op Madeira.
Het eerste dorpje dat we bezoeken is Camara de Lobos, een vissersdorpje waar Winston Churchill gewoond heeft. Het staat bekend om zijn baai met vissersbootjes en je kunt hier de allerlekkerste Nikita drinken (dat is een cocktail van wijn, bier en roomijs), maar daar is het nu nog iets te vroeg voor. We slenteren even door de smalle straatjes in het vissersdorpje.
Hierna rijden we naar het uitkijkpunt over Camara de Lobos en hebben een mooi uitzicht over de baai, waar de vissersbootjes liggen te drogen in de zon.


Dan rijden we door naar Cabo Girão, de hoogste kaap in Europa (580 m). Je hebt hier een prachtig uitzicht op Funchal en de boeren die onder je aan het werk zijn op de steil gelegen akkertjes.

Daarna rijden we naar Encumeada, waar we zowel de noord- als de zuidkust kunnen zien. Het blijft gelukkig helder zodat we op de Paul da Serra vrij zicht hebben en we zelfs koeien zien lopen.


Na dit enige rechte stuk weg op Madeira begint de weg eindelijk weer te kronkelen, op weg naar de badplaats Porto Moniz. Bij een uitkijkpunt kunnen we Porto Moniz en haar natuurlijke zeezwembaden diep onder ons zien liggen..

Vanaf hier gaat het bergafwaarts en de weg kronkelt langzaam naar beneden. Porto Moniz komt langzaam dichterbij en eenmaal aangekomen in de badplaats parkeren we de auto en gaan lopend door het toeristische dorp. We lopen naar de zeezwembaden: het zijn natuurlijke poelen in de lavarotsen, waar de zee telkens voor vers zwemwater zorgt.

Je kunt vanaf hier de beroemde kustweg naar Seixal al zien liggen: een smalle, slingerweg die op sommige plaatsen net breed genoeg is voor één auto. Je rijdt hier door kleine tunnels en onder watervallen door.
We stappen weer in de auto en rijden richting São Vicente. Deze kustweg van 19 kilometer is helemaal met de hand gebouwd en het duurde dan ook 16 jaar voordat de weg klaar was. De weg wordt steeds smaller en is hier en daar erg slecht onderhouden. Hobbelend en stuiterend rijden we verder, af en toe uitwijkend voor de rotsblokken op de weg. Als er een auto aankomt, moeten we toch echt achteruit.


De uitzichten zijn soms echt prachtig! We stoppen dan ook waar we maar kunnen. In de verte zien we de grote waterval over de weg vallen, in de volksmond ook wel de ‘bruidssluier’ genoemd.

Veel te snel naar onze zin komen we in São Vicente. Tegenwoordig kun je er de vulkanische grotten bekijken, maar toen wij deze tocht reden waren ze nog niet opengesteld voor publiek.
Vanuit São Vicente nemen we de snelste weg naar Funchal. Vroeger was het nog een aardig eind rijden, nu kies je voor de snelweg en ben je in een mum van tijd weer in het zuiden.